Zorggegevens

Het Wit-Gele Kruis profileert zich als marktleider binnen de thuisverpleging. Reeds 80 jaar verzorgt zij door weer en wind en op een deskundige en professionele wijze patiënten thuis. De kerncijfers die hier volgen, geven een beeld van het werk dat zij in 2017 realiseerden. Deze gegevens hebben uitsluitend betrekking op patiënten die zorgen ontvingen die vergoed werden uit de nomenclatuur, zoals bepaald door het RIZIV.

 

Klik hier voor de uitbreiding van de kerncijfers 2017.

Patiënten

In 2017 kregen 156 922 patiënten verzorging van onze thuisverpleegkundigen. In vergelijking met 2016 gaat het om een stijging met 0,4 %. Per maand gingen onze thuisverpleegkundigen bij gemiddeld 68.185 patiënten langs.

Leeftijd & geslacht

De meeste patiënten (59,1 %) zijn vrouwelijk en de gemiddelde leeftijd bedraagt 77,7 jaar. Vrouwen zijn met een gemiddelde leeftijd van 79,2 jaar 4,1 jaar ouder dan mannen (75,1 jaar). De hogere leeftijdsgroepen van onze patiënten waren sterk vertegenwoordigd: 69,5 % is ouder dan 60 jaar. Het aantal hoogbejaarden lag ook hoog: een derde (32,9 %) was ouder dan 80 jaar.

Katz-schaal

De Katz-schaal bestaat uit zeven niveaus en meet de afhankelijkheid van patiënten voor essentiële activiteiten van het dagelijkse leven:

  • Katz 1 = patiënt is volledig onafhankelijk voor alle items
  • Katz 2 = patiënt is afhankelijk voor 'wassen'
  • Katz 3 = patiënt is afhankelijk voor 'wassen' en 'kleden'
  • Katz 4 = patiënt is afhankelijk voor 'wassen', 'kleden' en 'verplaatsen'
  • Katz 5 = patiënt is afhankelijk voor 'wassen', 'kleden', 'verplaatsen' en 'toiletbezoek'
  • Katz 6 = patiënt is afhankelijk voor 'wassen', 'kleden', 'verplaatsen', 'toiletbezoek' en 'incontinentie'
  • Katz 7 = patiënt is afhankelijk voor 'wassen', 'kleden', 'verplaatsen', 'toiletbezoek', 'incontinentie' en 'eten'

In de referentiemaand oktober werden er 69.205 (44.1 %) patiënten gescoord.

Zorgafhankelijkheid

Elk item (wassen, kleden ...) werd gescoord op een vierpuntenschaal, naargelang de afhankelijkheid van de patiënt. De verpleegkundige evalueerde aan de hand hiervan de zorgafhankelijkheid van de patiënt. De grafiek geeft de verdeling weer van activiteiten volgens de Katz-schaal. De meeste patiënten waren afhankelijk voor ‘wassen’ en ‘kleden’ (65,8 % en 63,1 %).

Bezoeken & handelingen

Er werden 17.905.590 bezoeken en 26.333.532 vergoedbare handelingen verricht (+0,4 %).

Voornaamste handelingen

  • hygiënische zorgen (39,9 %): tijdens die zorg detecteerde de verpleegkundige de nood aan andere zorgen en werd de zelfredzaamheid zo veel mogelijk gestimuleerd. De zorg bestond uit meerdere interventies.
  • wondzorgen (20,5 %): naargelang de aard van de wonde verschilde de wondzorg. Complexe wondverzorging (48,7 %) werd het meest verricht. Ook compressietherapie, namelijk het aan- en uitdoen van kousen (26,8 %) of het aanbrengen van bandages of compressieverbanden (8,6 %) werden veelvuldig verricht.
  • inspuitingen (13,3) in het totaal werden er 3.499.332 inspuitingen gegeven.
  • andere zorgen in de forfaits (14,3 %): dit zijn zorgen die niet werden gespecificeerd. Dit geeft aan dat de verpleegkundige veel meer deed dan wat de nomenclatuur vermeldt.
  • medicatie voorbereiden en toedienen (8,5 %): het voorbereiden en toedienen van medicatie bij chronisch psychiatrische patiënten (15,5 %), de wekelijkse voorbereiding van geneesmiddelen per os (11,4 %) en het voorbereiden van medicatie bij forfaitpatiënten (73,2 %).
  • diabetesverstrekkingen: er waren 32.434 diabeteseducaties (8,4 % van alle diabetesverstrekkingen). Erkende verpleegkundige of diëtist diabeteseducatoren leerden de patiënt de zorg in eigen handen te nemen.
  • palliatieve zorgen (0,3 %): door deze zorg kon de verpleegkundige aan patiënten een menswaardig levenseinde bieden. Hiertoe behoren vooraf geplande bezoeken ’s nachts (47,1 %), het contact met de referentieverpleegkundige (21,4 %) alsook overlegvergaderingen met de huisarts (19,5 %). Deze zorgen kwamen het meest voor in 2017. Naast al deze interventies waren ook psychosociale interventies van groot belang voor de patiënt.
  • verpleegkundig consult & advies: er werden 38.509 (0,1 %) verpleegkundige consulten en verpleegkundige adviezen verricht. Hiervan ontvingen 30.536 patiënten (19,5 %) het consult. De tweede intellectuele verstrekking is het verpleegkundig advies en overleg in functie van de wekelijkse voorbereiding van de geneesmiddelen per os (voor orale toediening) met akkoord van de behandelend geneesheer. Dit advies werd bij 7.136 patiënten (4,5 %) verstrekt.

Andere vergoedbare zorgen

'Andere vergoedbare zorgen' (1,4 %) waren de meer gespecialiseerde verpleegkundige zorgen zoals blaaszorg, waaronder blaassondage, -instillatie en -spoeling ( 48,6 %), gastro-intestinale zorg (45,2 %) met o.m. gastro-intestinale tubage en drainage, darmspoelingen, enterale voeding via maagsonde, gastro- of enterostomiesonde en vulva-, vaginazorgen of aspiratie van luchtwegen (6,2 %).

Diabetes

We hebben in 2017 10.485 diabetespatiënten verzorgd. Hiervan kregen 1.592 diabetespatiënten in 2017 één of meerdere inspuitingen per dag. Het detail van de educaties wordt weergegeven in de tabel.

43,3 % van de educaties in een zorgtraject zijn starteducaties, voor 96,4 % gegeven door de verpleegkundigen. In totaal hebben 8.925 patiënten een zorgtraject doorlopen in 2017. De meeste diabetespatiënten die door het Wit-Gele Kruis werden geholpen, hadden langere tijd verzorging nodig: 6,8 % van de diabetespatiënten werd langer dan 300 dagen verzorgd.

Buiten het zorgtraject

N

%

Educatie tot zelfzorg

8

8,7 %

Educatie tot inzicht

56

60,9 %

Opvolging Educatie tot zelfzorg

28

30,4 %

Totaal

92

100 %

In het zorgtraject

 

 

Starteducatie en instelling  van insuline en/of

incretinemimetica

14.045

43,3 %

Opvolgeducatie van de  patiënt op insuline

12.693

39,1 %

Extra educatie bij  probleemsituaties

5.696

17,6 %

Totaal

32.434

100 %

De intensiteit van deze zorg wordt weergegeven in de onderstaande figuur: ongeacht de vergoedingsgroep behoeft 61,9 % van de diabetespatiënten een tweede bezoek en 47,0 % zelfs een derde bezoek.

De onderstaande figuur geeft de zorgafhankelijkheid weer van de diabetespatiënten. Het merendeel (71,5 %) van deze patiënten scoorde laag op de Katz-schaal (Katz 1 t.e.m. Katz 3). Eén vijfde (20,6 %) van de diabetespatiënten had een Katz-score van 6 of 7 en behoefde een intensievere verzorging.

Handelingen per bezoek & verzorgingsdag

De figuren illustreren een stijgend aantal handelingen en bezoeken naar het vergoedingstype. We noteren hier voor elk van de afgeleiden een stijgende intensiteit, waardoor duidelijk de band tussen de mate van ADL-afhankelijkheid en de mate van zorgafhankelijkheid wordt geïllustreerd.

 

Vergoeding

De vergoeding van de verpleegkundige zorg is bepaald door de RIZIV nomenclatuur. Dit is afhankelijk van de zorgafhankelijkheid van de patiënt, die door middel van de Katz-score ingedeeld wordt in een bepaalde vergoedingsgroep. Zo wordt de verzorging van patiënten met een hoge zorgafhankelijkheid op forfaitaire basis vergoed.

De figuur toont de evolutie van de verdeling van de patiënten volgens het vergoedingstype. We onderscheiden patiënten die een verzorging per handeling ontvangen (dit zijn licht zorgafhankelijke patiënten) en forfaitpatiënten (dit zijn matig tot erg zorgafhankelijke patiënten). Voor de meeste patiënten wordt de verzorging per handeling vergoed.

Verband Katz-schaal en vergoeding

De tabel geeft de vergoedingscategorieën weer in relatie met de Katz-scores. We zien dat forfait-C-patiënten en patiënten met het palliatief forfait C zich voornamelijk in de categorie Katz 7 bevinden.

We merken dat 10,2 % (3 620 personen) van de patiënten waarvoor er een vergoeding per handeling is, een Katz-score van 6 of 7 hebben. Dit wijst op een grote afhankelijkheid voor de items incontinentie en/of eten.

Katzcat/VG per handeling FFA FFB FFC FPA FPB FPC
1 39,9% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0%
2 27,6% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0%
3 14,6% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0%
4 3,9% 22,6% 0,0% 0,0% 26,9% 0,0% 0,0%
5 3,8% 49,1% 0,0% 0,0% 54,3% 0,0% 0,0%
6 8,6% 24,6% 69,0% 0,0% 14,1% 51,3% 0,0%
7 1,6% 3,6% 31,0% 100,0% 4,7% 48,7% 100,0%
Totaal 100,0% 100,0% 100,0% 100,0% 100,0% 100,0% 100,0%

Samenwerking met artsen

De samenwerking met de artsen is voor verpleegkundigen van cruciaal belang om een kwalitatief hoogstaande zorg aan de patiënten te kunnen verlenen. Het Wit-Gele Kruis van Vlaanderen werkte in 2017 samen met 17.296 artsen.

Wit-Gele Kruis in de sector van de thuisverpleging

In de Vlaamse sector van de thuisverpleging heeft het Wit-Gele Kruis een globaal marktaandeel van 31,1 %. Voor bepaalde handelingen overstijgt het marktaandeel dit gemiddelde. Zo is er voor de diabeteseducaties in de zorgtrajecten een marktaandeel van 60,4 %. Daarbovenop stelt het Wit-Gele Kruis hiervoor naast verpleegkundigen ook diëtisten te werk. Ook voor het verpleegkundig consult is het marktaandeel aanzienlijk: 48,6 %.